Rozemarijn Baie de Douarnenez

Salvia rosmarinus ‘Baie de Douarnenez’

 

Hoogte: tot 60 cm

Bloemkleur: lila blauw
Winterhardheid: tot -5°C

 

 

Algemeen

Rozemarijn is een meerjarig kruid, een zogenaamde halfheester, omdat de uiteinden van de scheuten pas in de winter volledig verhouten. Rozemarijn blijft in de winter groen. De hoogte varieert van 30 cm tot bijna 2 meter. Rozemarijn heeft naaldvormige, leerachtige bladeren die ongeveer 2 tot 3 cm lang zijn met een naar beneden gekrulde rand aan aanvankelijk groene en later houtachtige, rechtopstaande scheuten. De bladeren staan tegenover elkaar. De bovenkant van de bladeren is grijsgroen en glanzend, aan de onderkant zitten zilverwitte haartjes.

Bloei

Alle rozemarijn soorten bloeien van maart tot mei. De lipbloemen komen in de bladoksels van de uiteinden van de takken.
De buisvormige kelk is tweelippig, de bovenlip bestaat uit drie kleine tandjes en de onderlip uit twee tandjes.  Twee lange meeldraden steken uit de bloembuis. Afhankelijk van de soort zijn de bloemen blauwviolet, lichtblauw, roze of wit en trekken ze talrijke insecten aan.

Sommige rozemarijn bloeit ook in het najaar.

 

Standplaats

Rozemarijn staat bij voorkeur op een droge, kalkhoudende en goed gedraineerde grond op een zonnige plaats. Veel rozemarijn soorten verdragen vorst tot min acht tot tien graden. Laat rozemarijn in pot zo lang mogelijk buiten staan. Overwinteren van rozemarijn kan in een onverwarmde kas, die niet perse vorstvrij hoeft te zijn in de winter. Dit met uitzondering van enkele soorten die niet tegen vorst kunnen. Zet deze planten op de dagen dat er vorst is in het donker in een ruimte waar de temperatuur boven het vriespunt blijft, bijvoorbeeld in een garage. Bij deze manier van overwinteren kan het zijn dat rozemarijn al zijn bladeren laat vallen. In het voorjaar loopt de plant weer uit. Geef rozemarijn in de winter alleen genoeg water zodat de wortelkluit niet helemaal uitdroogt. Vanaf maart kan rozemarijn weer op buiten gezet worden.

 

Staat rozemarijn in de volle grond, bescherm dan in de winter de wortel met een laag bladeren of compost. De kroon kan eventueel ook beschermd worden door te wikkelen in een wintervlies of te bedekken met sparrentakken. Voor buitenplanten is een zeer goed gedraineerde droge grond essentieel om te overleven. Een natte winter betekent vaak een zekere dood, zelfs in mildere streken.

 

Herkomst

Van oorsprong komt rozemarijn uit het Middellandse Zeegebied. Groeit in kustgebieden en wordt vaak aangetroffen op rotsachtige hellingen.

Oogst

Het hele jaar door kan er van een rozemarijnplant geoogst worden. Pluk losse blaadjes of snijd hele scheuten af met een scherp mes. De aromatische bladeren zijn vers en gekookt geschikt voor vleesgerechten zoals lamsvlees en gevogelte, maar ook voor groenteschotels, aardappelgerechten en in lage doses als speciale smaakmaker voor desserts, chutneys of jam. In het algemeen is rozemarijn een zeer populair ingrediënt in de mediterrane keuken. Verse takjes kunnen worden ingemaakt in olie om rozemarijnolie te maken. Rozemarijn kan ook ook ingevroren of gedroogd worden. Hierbij verliest het zijn aroma niet.

Om takjes rozemarijn te drogen, oogst deze tijdens de zomer en droog de takjes zo snel mogelijk na de oogst, door ze ondersteboven op te hangen in een droge, donkere en goed geventileerde ruimte, zodat ze hun eigenschappen niet verliezen. Na het drogen moeten de bladeren worden verzameld en bewaard in afgesloten glazen potten.
Voor de productie van etherische oliën worden de verse toppen gebruikt.

 

Naamgeving

Rosmarinus en Salvia werden sinds het begin van het plantennamenstelsel in 1753 als twee volledig afzonderlijke geslachten geclassificeerd. De meeldraden van de planten werden als vergelijkbaar beschouwd, maar niet voldoende om ze als één plantensoort te identificeren. Volgens nieuw wetenschappelijk bewijs in een studie die in 2017 werd gepubliceerd, is de relatie tussen rozemarijn en salie verrassend veel nauwer dan aanvankelijk werd verwacht. Wetenschappers ontdekten na onderzoek van het DNA van Salvia’s en nauw verwante geslachten, waaronder Rosmarinus, dat ze allemaal even verwant zijn. Daarom is besloten de botanische nomenclatuur te herzien. De plant die we vroeger Rosmarinus officinalis noemden, heet sinds 2017 Salvia rosmarinus.

 

De Latijnse naam “rosmarinus” betekent “dauw van de zee”.

Vermeerderen

Soortecht vermeerderen van rozemarijn kan alleen door te stekken. Wij vermeerderen al onze rozemarijn dan ook door middel van stekken. Stekken kan je het beste doen aan het eind van de lente of in de zomer, zodra er mooie verse scheuten aan de plant zitten. Stek in de ochtend wanneer de plant nog vol vocht.

Gebruik hiervoor de uiteinden van takken. Maak een stek van ongeveer tien centimeter lang en aan de onderkant al een beetje verhout. Strip de onderste bladeren van de stengel en plant de stekken in potten met stekgrond. Bevochtig de grond en doe een doorzichtige foliezak over de potten. Zodra zich sterke wortels hebben gevormd en er nieuwe bladeren verschijnen aan het uiteinde van de stekken, kunnen de planten verpot worden naar 1 stek per pot.

 

Ziekten

Rozemarijn is niet erg gevoelig voor ziekten. Af en toe komt echte meeldauw voor als de planten te dicht op elkaar staan. Als de grond te nat is, treedt vaak wortelrot op. Bladluizen, wolluizen en spint komen zelden voor. De meeste plagen worden echter weggehouden door het hoge gehalte aan etherische oliën. Een vrij nieuwe plaag die nog maar een paar jaar op onze breedtegraden voorkomt, is de rozemarijngoudhaantje, die oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied komt. Dit goudhaantje laat zich niet afschrikken door de essentiële oliën en aast op de bladeren en bloemen van rozemarijn.

Beschikbaar

Bloeiperiode

, ,

Bloemkleur

Groenblijvend

Grondsoort

Hoogte

Lichtbehoefte

Voedselbos

Waterbehoefte

Winterhard

Winkelwagen
Scroll naar boven