In het eerste jaar vormt de koningskaars een laag rozet van zacht behaarde bladeren. In het tweede jaar ontwikkelt zich een hoge, stevige bloemstengel die kan uitgroeien tot ongeveer 150 tot 200 cm. Van juli tot en met oktober bloeit de plant met dicht opeengepakte, citroengele bloemen die langs de aar omhoog staan. Elke bloem opent slechts kort, maar wordt in grote aantallen na elkaar gevormd, waardoor een langdurige bloei ontstaat.
De koningskaars groeit het best op een zonnige standplaats in droge, goed doorlatende en voedselarme grond. Bij voorkeur staat de plant op zandgrond of stenige, kalkhoudende bodems met een neutrale tot licht alkalische pH (ongeveer 6,5–8). Natte of zware kleigrond wordt slecht verdragen. De plant is zeer winterhard en verdraagt temperaturen tot ongeveer –25 °C (USDA zone 5).
Vermeerderen
Vermeerderen gebeurt eenvoudig door zaaien. Zaai de koningskaars bij voorkeur in het voorjaar (april–juni) of in het najaar (augustus–september) direct op de plek van bestemming. De zaden hebben licht nodig om te kiemen en mogen dus niet diep worden bedekt, maar slechts licht worden aangedrukt. De plant is geen verplichte koudekiemer, maar najaarszaai kan door natuurlijke winterse omstandigheden zorgen voor een gelijkmatigere en vaak sterkere kieming in het voorjaar. Onder geschikte omstandigheden zaait de koningskaars zich ook spontaan uit.








