De sterk behaarde bladeren zijn aangepast aan droge omstandigheden en helpen water richting de wortels te geleiden. De stalkaars groeit het best op een zonnige standplaats in droge, goed doorlatende en bij voorkeur kalkrijke grond. De plant is zeer winterhard en verdraagt temperaturen tot ongeveer –25 °C (USDA zone 5).
De stalkaars is niet groenblijvend. In het eerste jaar vormt de plant een laag bladrozet. Dit bladrozet kan in zachte winters deels groen blijven, maar de plant behoudt niet het hele jaar door volledig groen blad zoals een echte groenblijvende plant.
In het tweede jaar ontwikkelt de stalkaars een hoge bloeistengel, waarna de plant na de zaadvorming afsterft. Vaak zaait de soort zichzelf daarna opnieuw uit.
Vermeerderen
Vermeerderen gebeurt meestal door zaaien. De stalkaars kan het beste worden gezaaid in het voorjaar (maart–mei) of in het najaar (augustus–september).
Voorjaarszaai zorgt ervoor dat de planten in het eerste jaar een bladrozet vormen en in het tweede jaar bloeien. Bij najaarszaai ontwikkelen de jonge planten zich rustig in de winter, waarna ze in het volgende groeiseizoen doorgroeien en uiteindelijk bloeien.
De stalkaars is geen echte koudekiemer en heeft geen verplichte koudeperiode nodig om te ontkiemen. Wel kan najaarszaai in de volle grond zorgen voor een natuurlijke voorbehandeling door winterse omstandigheden zoals kou en vocht, wat een gelijkmatigere kieming in het voorjaar kan bevorderen.
Zaai op een zonnige, open plek op goed doorlatende, bij voorkeur droge en kalkrijke grond. De zaden hebben licht nodig om te kiemen, dus niet te diep afdekken maar slechts licht aandrukken. Onder geschikte omstandigheden zaait de stalkaars zich vaak ook spontaan uit.





