De vlier valt in de muskuskruidfamilie. De wetenschappelijke naam is Adoxaceae. De naamgeving stamt af van het geslacht muskuskruid (Adoxa). Muskuskruid dankt zijn naam aan het feit dat het naar muskus ruikt. Adoxa betekent onaanzienlijk, omdat het bloemetje nogal onopvallend is.
Door schrijvers uit de oudheid wordt wel aangegeven dat de botanische naam sambucus voorkomt van het griekse woord sambuca, een sackbut, voorloper van de trombone. Dit oude muziekinstrument werd veel gebruikt werd bij de Romeinen en waarvan men vermoedt dat het hout van deze boom vanwege zijn hardheid werd gebruikt voor de constructie van de sackbut.
De vlier is een winterharde (tot USDA zone 5), niet groenblijvende struik.
De bloei is van mei tot juni met schermen van kleine witte bloemen. De bloemen zijn tweeslachtig. Er is dus geen andere vlier nodig om bessen te krijgen. De bestuiving van een vlier vindt plaats door insecten. De vruchten zijn in september en oktober rijp. Botanisch gezien zijn de vlierbessen steenvruchten. De vruchten rijpen in september en oktober. De meeste vlieren hebben donkerpaarse vruchten. Enkele vlieren hebben witte vruchten, zoals de vlier Albida.
De bladeren staan tegenover elkaar en zijn over het algemeen groen. Enkele vlier hebben rood blad of zijn bontbladig, zoals de vlier Variegata.
Een vlier kan tot 4 meter hoog worden en even breed als hoog groeien. Om deze reden is een vlier daarom vaak minder geschikt voor een kleine tuin. Er zijn tegenwoordig wel vlieren die kleiner dan wel smaller blijven. Bijvoorbeeld de vlier Black Tower ook genoemd vlier Eifel, dit is een smal groeiende vlier. Een vlier die maximaal 2,50 meter hoog wordt is de vlier Naomi. De vlier Pyramidalis wordt maximaal 2 meter hoog en groeit zuilvormig. Wanneer een vlier minder hoog of breed groeit is het bij de beschrijving van de desbetreffende vlier opgenomen.
De standplaats is in op een zonnige plek of een plek in de (half)schaduw. Vlieren groeien in elke grondsoort. Al is er wel een voorkeur voor een vochtige, neutrale tot alkalische grond.
De struik kan zich vermeerderen door zaad. Met name spreeuwen zijn dol op de bessen en verspreiden de zaden. Soortecht vermeerderen van de cultivars kan echter alleen door het het nemen van stekken of het maken van afleggers. Vlierstruiken zijn heel gemakkelijk te vermeerderen door te stekken. In de late herfst of winter kun je hardhout stekken gebruiken om te vermeerderen. In de lente of zomer kun je zachthout stekken.
Snoeien kan, is echter niet noodzakelijk. Wordt de vlier te groot, dan kan het best in de winter worden gesnoeid. Zelf doe ik de hoofdsnoei in de winter, waar ik alle kruisende en dode takken wegsnoei.
Resultaat 1–24 van de 32 resultaten wordt getoond