Roomse kervel groeit het best op een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats in een voedzame, humusrijke en voldoende vochtige bodem. De plant verdraagt lichte schaduw uitstekend en is daardoor ook geschikt voor de rand van een voedselbos of bostuin. De ideale bodem heeft een pH tussen 6,0 en 7,5, maar de plant is tolerant ten opzichte van uiteenlopende grondsoorten zolang deze niet langdurig uitdrogen.
Alle delen van de plant zijn bruikbaar. Het jonge blad wordt gebruikt in salades, kruidenmengsels, desserts en thee. De jonge zaden hebben een zoete smaak en kunnen als natuurlijk zoetmiddel worden toegepast. Ook de wortels zijn eetbaar en kunnen worden bereid als wortelgroente.
Roomse kervel is zeer winterhard (USDA-zone 4–8) en verdraagt temperaturen tot ongeveer -34°C. De bovengrondse delen sterven in de winter af, waarna de plant in het voorjaar opnieuw uitloopt vanuit de wortelstok. Eenmaal gevestigd kan de plant jarenlang op dezelfde plek blijven groeien.
Vermeerderen
Vermeerderen gebeurt voornamelijk door zaad. Zaaien kan het beste van september tot en met november, omdat het verse zaad een natuurlijke koudeperiode nodig heeft om goed te kiemen. Zaaien in het vroege voorjaar is mogelijk na een koudebehandeling van het zaad. Roomse kervel zaait zich onder gunstige omstandigheden bovendien gemakkelijk zelf uit, waardoor er na verloop van tijd natuurlijke groepen kunnen ontstaan.





