Prikneus is winterhard tot USDA zone 4–8 en blijft bij zachte winters deels groen. De plant houdt van neutrale tot kalkrijke grond en verdraagt droogte goed. Van oorsprong komt deze soort uit Zuid-Europa en West-Azië en is daarmee niet inheems in Nederland.
De plant is sterk en onderhoudsvriendelijk en zaait zich gemakkelijk uit, waardoor spontaan nieuwe kleurvariaties kunnen ontstaan. Uitgebloeide bloemen verwijderen kan de bloei verlengen en ongewenst uitzaaien beperken.
Omdat prikneus een kortlevende meerjarige plant is, wordt de soort vaak in stand gehouden door zelfuitzaai. De plant zaait zich gemakkelijk uit, waardoor spontaan nieuwe kleurvariaties kunnen ontstaan. Vermeerderen kan eenvoudig door zaaien in het voorjaar of najaar. Uitgebloeide bloemen verwijderen verlengt de bloei, terwijl enkele bloemstelen kunnen blijven staan voor zaadvorming.
Naamgeving
De botanische naam van prikneus is Lychnis coronaria. Deze soort werd vroeger ook ingedeeld onder de naam Silene coronaria. Beide namen verwijzen naar dezelfde plant en komen nog regelmatig voor in boeken en plantenlijsten.
Silene coronaria wordt ook wel zachtlapje genoemd. Deze naam verwijst naar het zachte, viltige blad dat bijna fluweelachtig aanvoelt.
Vermeerderen
Prikneus kan zowel in het voorjaar als in het najaar gezaaid worden. De beste zaaiperiodes zijn van maart tot en met mei en van augustus tot en met oktober.
Zaai de zaden oppervlakkig in goed doorlatende grond op een zonnige plek. De zaden kiemen meestal binnen 2 tot 3 weken bij temperaturen rond 15–20 °C.
Najaarszaai geeft vaak sterke planten die het volgende jaar vroeg bloeien. Omdat prikneus zich gemakkelijk uitzaait, verschijnen er vaak vanzelf nieuwe jonge planten rondom de moederplant.

