De makkelijk te verzorgen Lepidium latifolium moet regelmatig water krijgen, hoewel korte droge periodes geen probleem zijn voor de plant.
Tip: droogtestress stimuleert de productie van stoffen – de peperkers produceert dan meer prikkelende plantaardige stoffen.
Peperkers groeit ook op arme grond. Maar om later smakelijke bladeren te kunnen oogsten, moet de behoefte aan voedingsstoffen worden gedekt. Gebruik een universele, organische langzaam vrijkomende meststof, voor kruiden en groenten. Bij gebruik van een langzaam vrijkomende meststof is twee keer bemesten, één keer in het voorjaar en één keer in de nazomer, helemaal voldoende.
Waar bij aanplanten de angst ontstond dat de slakken de plant zouden opeten, kwamen in de nazomer op wel een meter afstand uitlopers boven de grond. Deze uitlopers zitten diep en zijn moeilijk te verwijderen. Daarom hebben wij een begrenzer om de peperkers heen geplaatst.
De soort komt van nature voor in Europa en tot in Centraal-Azië. De plant kan in veel verschillende omstandigheden goed gedijen. Dat blijkt ook uit het gebruik van de plant in de Indiaanse regio Ladakh grenzend aan het Himalayagebergte. De plant komt daar voor tot op 4500m onder zeer extreme omstandigheden. Voor de bewoners van Ladakh is de plant een veel gebruikte groente en wordt shangso chonma genoemd.
De plant bevat hoge concentraties aan sinigrine en onverzadigde vetzuren, vooral alfalinoleenzuur naast diverse vitamines en mineralen. De jonge bladen en scheuten kunnen fijn gehakt toegevoegd worden aan salades en doet dan denken aan waterkers, radijs of mierikswortel. De stof sinigrine is dezelfde stof die spruitjes hun bittere smaakt geeft daarom worden grotere bladen van de peperkers vaak gekookt en verder geweekt in water.
Naamgeving
Andere namen voor peperkers:
Engels: Dittander, Perennial pepperweed, Broadleaved pepperweed, Pepperwort, Peppergrass, Dittany, Tall whitetop
Duits: Breitblättrige Kresse, Strand-Karse, Senfkresse
Recept
De traditionele bereiding in Ladakh is als volgt:
- Pluk, als de planten 10 tot 25 cm hoog zijn, ongeveer 10 – 15 cm van de top af. De stengels kunnen dik zijn, maar ze zijn nog zacht. Vergeet niet om ook de zijscheuten te plukken. Pluk voldoende want het zal slinken vergelijkbaar met spinazie.
- Doe wat je geplukt hebt in een pan met kokend water voor ongeveer 5 minuten. De kleur zal veranderen van grijs/groen naar groen en er zal een sterke mosterdachtige geur vrijkomen.
- Giet de pan af en vul deze met vers koud water. Laat de pan een nacht staan.
- Proef een blad om na te gaan of de bittere smaak voldoende verdwenen is. Dit is persoonlijke voorkeur. Indien het nog te bitter smaakt voor je eigen voorkeur kun je het water opnieuw vervangen door vers koud water en het nog enkele uren laten staan.
- Als de bitterheid weg is, bak je het in olie, boter of vet, net als spinazie of andere groene bladgroente.
- Traditioneel wordt dit gegeten als ontbijt met chapattis,een soort plat brood, maar kan ook uitstekend als bijgerecht gebruikt worden.
Naast bovenstaande kunnen de bladeren ook prima gedroogd of ingevroren worden. Zoals met veel groene bladgroente laten de bladeren van de peperkers zich ook goed verwerken tot een pesto-achtige saus.




