Scabiosa columbaria behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). Vroeger werd de plant ingedeeld bij de kaardebolfamilie (Dipsacaceae), maar volgens de huidige botanische indeling valt duifkruid onder de kamperfoeliefamilie.
De plant is inheems in Nederland en komt van nature voor op droge, kalkrijke graslanden, dijken en duinen.
Het is een vaste plant die in de winter grotendeels bovengronds afsterft. Bij zachte winters kan een deel van het lage bladgroen behouden blijven, maar in het voorjaar loopt de plant opnieuw uit vanuit de wortel.
Duifkruid vormt een diepe penwortel en laat zich daardoor lastig verplanten. Het is daarom aan te raden de plant direct op de juiste standplaats te zetten. Eenmaal gevestigd groeit duifkruid sterk en kan de plant jarenlang op dezelfde plek blijven staan.
Duifkruid kiemt vaak beter na een koudeperiode en kan daarom profiteren van winterkou. Zaaien in het najaar werkt meestal het beste, omdat de zaden dan op natuurlijke wijze een koudeperiode doormaken en in het voorjaar kiemen.
Voorjaarszaai is ook mogelijk. Om de kieming te verbeteren kunnen de zaden vooraf enkele weken koud en vochtig bewaard worden. Zaai oppervlakkig op een zonnige plek in goed doorlatende grond. Omdat duifkruid een diepe penwortel vormt, is het aan te raden jonge planten tijdig op hun definitieve standplaats uit te planten.





