Dropnetel groeit het best op een zonnige standplaats in een goed doorlatende, humusrijke bodem. Hoewel de plant redelijk droogtetolerant is zodra zij goed geworteld is, geeft zij de voorkeur aan een bodem die niet langdurig uitdroogt. De ideale bodem heeft een pH tussen 6,0 en 7,5, maar de plant verdraagt zowel licht zure als licht kalkrijke gronden.
Het aromatische blad wordt veel gebruikt voor thee, desserts, fruitsalades en kruidenmengsels. Ook de bloemen zijn eetbaar en vormen een kleurrijke toevoeging aan salades en zomerse gerechten. De zoete anijssmaak maakt dropnetel tot een geliefde plant in de eetbare tuin.
Dropnetel is goed winterhard (USDA-zone 4–8) en verdraagt temperaturen tot ongeveer -34°C. In de winter sterven de bovengrondse delen af, waarna de plant in het voorjaar opnieuw uitloopt vanuit de wortelbasis. Op goed doorlatende grond kan de plant vele jaren standhouden.
Vermeerderen
Vermeerderen gebeurt eenvoudig via zaad of door het scheuren van oudere planten. Zaaien kan van maart tot en met mei onder glas of direct buiten vanaf april. De optimale kiemtemperatuur ligt tussen 18 en 22°C. Onder gunstige omstandigheden zaait dropnetel zich bovendien gemakkelijk zelf uit, zonder daarbij hinderlijk te worden.





